01 🌳Leerlingonderwijs

De Leerling kent de symbolen en rituelen, maar hun diepere betekenis ontsluit zich nog niet voor hem. Een slimme leerling anticipeert op wat komen gaat, een nieuwsgierige leerling zoekt actief naar antwoorden. De zwijgende leerling leert ontvankelijk te zijn, terwijl de onbevangen leerling de kunst verstaat om onbevangen te blijven.

Leren als Leerling

Kennis over de traditie

Het is voor de leerling van belang om een basisbegrip te hebben van wat 'vrijmetselarij' is. Dit betekent dat men in het eerste Leerlingjaar in ieder geval kennis genomen zou kunnen hebben van het onderstaande.

Als je wil weten wat je precies over vrijmetselarij kan leren over de organisatie en cultuur, dan licht ik dat toe in 🌿Vrijmetselarij als traditie. Als je meer bronnen zoekt om je studie te verdiepen vind je dat in Bronnen voor de vrijmetselaar.

Manieren van leren

Als mens en vrijmetselaar leer niet één keer, je leert je hele leven door. Dit komt naar voren in de reizen, waar je eerst iets niet kende naar het leren kennen en door de integratie van de kennis bent gereisd naar je beginpunt.

Als je weet hoe je leert, en je bent in staat dat toe te passen op je processen, ga zo door! Voor degenen die dat nog niet weten zijn er een aantal manieren om dit te leren. Het gaat hier dus niet om wat je leert, maar hoe je leert. Iedereen leert op hun eigen manier, maar er zijn wel wat methodes die het proces van leren in kaart brengen.

Reflectieve praktijk

Om inzicht te ontwikkelen in je eigen manier van doen, heeft Donald Schön een mooie methode beschreven: reflectieve praktijk. Daarin beschrijft hij dat wanneer we door systematisch na te denken over onze ervaringen en handelingen we onszelf beter leren begrijpen.

Dit betekent dat je door zowel tijdens als na gebeurtenissen na te denken over wat je ervaart, voelt en doet. Als je dat op het moment zelf doet, kun je bijvoorbeeld denken aan nadenken over wat je zojuist tijdens de comparitie zei. Of wat je tegen een broeder zei tijdens de 7e graad, en of dat was wat je ook bedoelde.

Wanneer je naderhand reflecteert kijk je terug naar wat er gebeurt is en waarom je bepaalde keuzes hebt gemaakt. Hier kun je weer van leren, bijvoorbeeld door je voor te nemen dat je in de toekomst iets anders gaat doen.

Socratische methode

De filosoof Socrates werkte met een manier die beaseerd was op het stellen van op en onderzoekende vragen. Zo daagde hij zijn gesprekspartner uit om verder na te denken in plaats van oppervlakkige antwoorden te geven. Tegelijkertijd hielp het ook om betere vragen te formuleren en zo naar een de kern van de zaak te gaan.

De vorm van 'kennis' gaat dan niet over boeken, maar over het stimuleren van het nadenken, je capaciteiten te gebruiken om buiten de lijntjes te denken. Want Socrates was van mening dat ware kennis niet wordt gegeven, maar ontstaat door een soort verlegenheid: het moment waarop je je bewust wordt van je eigen onwetendheid en gedwongen wordt om jezelf verder te onderzoeken.

Dit houdt in dat je in gesprekken met Broeders, die je altijd alle vragen kunt stellen, vooral vragen stelt. 'Wat bedoel je daar precies mee?' 'Hoe zie je dat in de wereld om je heen?' 'Wat vinden anderen daar volgens jou van?' Het zijn vragen die open zijn, die vragen naar wat iemand anders zelf weet. Deze vragen kun je ook aan jezelf stellen, of iemand anders vragen om ze aan je te stellen.

Deze manier van leren is bij uitstek geschikt voor onderwijs in de Leerlinggraad en zou zelffs een goede manier van compareren zijn.

Kolb

De leerstijlen van Kolb zijn het meest bekend en als je in het reguliere onderwijs hebt deelgenomen zul je het ongetwijfeld kennen. Kolb beschrijft een cyclisch proces, dat begint waar het eindigt. Iedereen doet het anders op het ene en op het andere vlak, maar iedereen gaat wel dezelfde fases door. De ene persoon is goed in het doen de ander in denken of dromen.

Concreet ervaren

Dat begint bij het ervaren. In de loge leer je in eerste instantie door je inwijding, dus van de ervaring die je had tijdens de inwijding. Let op, in eerste instantie je ervaring, pas in tweede instantie het geschreven ritueel.

Als dit je het meeste aanspreekt, het concreet ervaren van rituelen, comparities of andere bijeenkomsten, dan kun je jezelf een 'doener' noemen, en leer je waarschijnlijk het meest door te doen. Je kunt bijvoorbeeld aan de slag gaan in de werkplaats en de ruimte samen met iemand inrichten zodat je weet waar iedereen komt te zitten. Of je doet mee met de rituelen in de uitvoering zodat je beter leert begrijpen waar het over gaat.

Reflectief observeren

Het is dan ook handig om na te denken over wat je ervaren hebt, wat het met je gedaan heeft en hoe.

Als dit goed bij je past dan ben je een dromer, en kun je heel goed leren door over dingen na te denken. Bijvoorbeeld door te reflecteren op je ervaring en door erover te schrijven. Of de verdieping vinden in het stellen van vragen tijdens comparities.

Abstract conceptualisren

Daarna leer je hoe je het in een referentiekader kunt plaatsen, je ontwikkelt samen (als het goed is) met de 2e Opziener een theoretisch kader waarbij je dus meer begrip kunt krijgen voor je ervaring het ritueel.

Soms moet je kennis ook in een grotere context plaatsen, het moet duidelijker worden door bijvoorbeeld verbanden te zien. Dit past bij een denker, iemand die teksten bestudeert en de geschiedenis uitpluist.

Actief experienteren

Dit is het toepassen van die kennis. Je doet is met de kennis over het ritueel en gaat aan de slag met bijvoorbeeld je eigen struikelblokken. Het feit dat je iets geleerd hebt betekent namelijk ook dat je in het vervolg daar ook iets mee kan doen. Als je bewust aan de slag gaat met wat je geleerd hebt, ga je er iets mee doen. Dat is voor de beslisser: die doet iets met de kennis die zij opgedaan heeft.

Toepassing van Kolb

Allereerst is het aan de Leerling zelf om te ontdekken wat bij hen past, en tegelijkertijd is degene die het onderwijs verzorgt verantwoordelijk om dit ook toe te passen. De 2e Opziener zou dus moeten weten van zijn Leerlingen hoe ze leren, waar hun sterke kanten liggen en hoe hij dit kan aanspreken. Voor Opzieners is het dan ook verstandig om enigszins bekwaam te worden met de leerstijlen. Dit kan door te zoeken op 'kolb leerstijlen' of door je favoriete GAI om hulp te vragen.

Uitzonderingen

Er zijn uitzonderingen, mensen die anders leren. Mensen die niet willen leren, durven leren of oprecht niet kunnen leren. Het is van belang de weerstand zelf aan te gaan om te voorkomen dat je vastloopt en niet meer leert. Anders word je zo'n broeder die steeds hetzelfde zegt en waarvan je denkt al snel denkt: 'vertel me nou eens iets nieuws.'

Leren in de loge

Leren in de loge is van groot belang. Want 'ken uzelve' gaat niet zonder te leren. Ook Meesters blijven leren en werken als Leerling en Gezel.

De Leerling is de mens die zichzelf in de spiegel aankijkt voordat hij weet dat het geestelijke of het goddelijke in hem gespiegeld wordt. Hij loopt nog in de duisternis en is degene die zich nog niet bewust is van wat het leven hem te bieden heeft. Het schijnsel van het Licht dat hij gezien heeft, heeft hem wel moed gegeven om zijn weg verder te vervolgen, maar weet niet wat hem te wachten staat. Hij leert zich over te geven aan het blinde vertrouwen in zijn innerlijke geleider en gaat voort op een weg die hij eerder heeft afgelegd.