☘️ Vas spirituale - kenosis en de Tempel

Het geestelijke vat

Noot: ik heb ChatGPT o1 gebruikt voor het herformuleren van zinnen en de tekst herschreven t.b.v. van het verloop van de tekst. Maar conceptueel en inhoudelijk is het ouderwets.

De ruwe steen is dan de ziel die openstaat voor transformatie.

Hieronder verken ik hoe alchemistische symboliek en christelijke thema’s samenkomen rond het idee van de Tempel en het vat. Daarin halen we naar boven hoe begrippen als prima materia, kenosis en Maria als vas spirituale helpen om ons innerlijk leven te begrijpen. Daarbij gebruiken we inzichten uit de psychologie van Jung, omdat deze ons laat zien hoe religieuze beelden ook iets vertellen over onze eigen ziel en groei.

We beginnen bij de prima materia als ruwe steen, vervolgens kijken we naar de Tempel en verschillende “vaten” waarin God woont. Daarna gaan we dieper in op het principe van kenosis -dat zelfontlediging betekent- en besluiten we met een reflectie op de koning en de prins, die symbool staan voor het afleggen van ego en het dienen van een hoger doel.

Prima Materia en de Ruwe Steen

In de alchemie is de prima materia -ook wel oermaterie genoemd- het begin- én eindpunt van de transformatie. In de vrijmetselarij kan dit ook als de ruwe steen gezien worden. Deze ruwe steen is ons grote potentieel, maar is nog onbewerkt en vol onbewuste eigenschappen of schaduwaspecten. Denk aan kanten van jezelf waar je weinig aandacht aan besteedt, of eigenschappen die je liever niet wilt erkennen. Wij hebben verschillende processen nodig, om op verschillende manieren aan onze steen werken; om onze verborgen kanten een plaats in onze persoon te geven.

De Tempel als Huis van het Goddelijke

Een Tempel is in de Joods-Christelijke traditie de plaats waar God op aarde woont. Vanuit de christelijke mystiek en de vrijmetselarij is de Tempel ook een metafoor voor de ‘innerlijke mens’. Deze symboliseert hoe het goddelijke in ons een plaats heeft.

In de Bijbel zijn er meerdere voorbeelden van zo’n heilige woonplaats: de Ark van Noach, de Tabernakel, de Ark des Verbonds, de verschillende Tempels in Jeruzalem, maar ook de stal van Bethlehem en de Kerk als gemeenschap van gelovigen. Elk voorbeeld laat op een andere manier zien hoe God “met” of “in” de mens kan zijn.

Overzicht van Bijbelse ‘Vaten’

In onderstaande tabel zie je verschillende vormen van het vat of de Tempel, de hoofdpersonen, het gebruikte materiaal, de plaats, hoe God zich daarin laat zien, hoe Christus er symbool voor staat en de bijbehorende theologische betekenis.

Vormen van het vat Hoofdpersoon Materiaal Plaats God Christus als Hermeneutisch theologisch
Noach's ark Noach, Sem, Cham, Japhet Hout en pek Ararat De reddende God Het levende water Doop en genade
Tabernakel Mozes, Bezaleël, Oholiab, Aäron, Nadab, Abihu, Eleazar, Itamar Goud, zilver, koper, wol en linnen Woestijn, Gilgal, Silo, Nob, Gibeon De meelevende God Het vleesgeworden Woord God in het midden
Ark des Verbonds Mozes, Bezaleël, Oholiab Hout en goud Heilige der Heilige De inwonende God De vervulling van de Wet Drager van Gods aanwezigheid
1e Tempel Salomo, Hiram van Tyrus, Hiram Abiff (Adoniram) Steen, brons Jeruzalem, dorsvloer Arauna De komende God Koning Woonplaats
2e Tempel Zerubbabel, Jozua Steen, hout Jeruzalem De herrijzende God hoeksteen Diaspora, eenheid uit verdeeldheid, hereniging in Christus
Stal Maria Baarmoeder Bethlehem De immanente God Menswording Het levende brood, belichaming van Gods nabijheid
3e Tempel Mundi (de wereld / mensheid) Geest Overal Het almachtige God Hogepriester Heiligheid in strijd, eschatologisch
Kerk Gelovigen / heiligen Levende stenen Overal God met ons Hoofd van het Lichaam Zichtbare gestalte van God in de gemeenschap

Maria als Vas Spirituale

In alchemistische termen is het vat de plek waar de transformatie plaatsvindt. Binnen het christendom zien we in Maria een voorbeeld van zo’n spiritueel vat, omdat zij Christus in zich draagt. Psychologisch kun je dit vergelijken met de ontvankelijke zijde van onze psyche, die ruimte biedt om iets groters dan onszelf te ontvangen.

In andere culturen vind je vergelijkbare beelden: de Egyptische godin Isis draagt Horus, net zoals Maria Jezus draagt. Het gaat om hetzelfde principe: het “vat” is een pure (of maagdelijke), open ruimte die we in onszelf kunnen ontdekken en erkennen als een plek voor het goddelijke.

In christelijke bewoording zou je dan ook kunnen zeggen: we vormen onze ziel zodat God in ons kan wonen.

De Pelikaan: Opoffering en Vernieuwing

De pelikaan is in de alchemie een symbool van vernieuwing door zelfopoffering. In het christendom staat de pelikaan voor Christus, die zichzelf opent en zijn bloed geeft om de mensheid te voeden (Eucharistie).

Vanuit een psychologisch perspectief benadrukt dit beeld het afstaan van delen van ons ego of ons oude zelf, zodat we kunnen groeien naar een nieuw leven. Net als de pelikaan die zijn jongen voedt uit zijn eigen borst, voeden wij ons hogere doel door onszelf te geven.


Kenosis: Zelfontlediging voor God

Kenosis is het Griekse woord voor ‘zelfontlediging’. In de christelijke traditie betekent dit dat God zichzelf leegmaakt, bijvoorbeeld bij de menswording van Christus. Ook bij Johannes van het Kruis vinden we dit principe terug: de mens legt zijn eigen wil af, om de goddelijke wil te kunnen ontvangen.

Jezus bidt in Gestemane “niet mijn wil, maar uw wil geschiede”.


Koning en Prins: Afleggen van Ego

Een mooi beeld om kenosis samen te vatten, is dat van de koning en de prins. De prins ervaart dat hij afstand moet doen van zijn bevoorrechte positie en ego, om uiteindelijk een goede koning te worden. Het draait niet om hemzelf, maar om het koninkrijk.

Zo worden wij ook uitgenodigd om onze schaduwkanten en egocentrische neigingen los te laten. Alleen dan kan er “vruchtbaarheid” komen in ons leven en in de levens van mensen om ons heen.

Het vat als ontwikkeling

Al deze beelden – de prima materia en ruwe steen, de Tempel en andere vaten, Maria als vas spirituale, de pelikaan en kenosis – beschrijven het proces van innerlijke groei. We mogen ons 'vat' leegmaken (kenosis) zodat het goddelijke ons kan vervullen. Tegelijkertijd beseffen we dat dit proces offers vraagt, denk an pelikaan en de donkere nacht van de ziel, die naast pijn ook rijkdom brengen.

In de christelijke mystiek én in de alchemie komt steeds één kern naar voren: we kunnen ons onbewuste potentieel aanboren als we de moed hebben om onze eigen wil te legen en ons hart te openen voor iets dat groter is dan wijzelf. De koninklijke bestemming of het 'koningschap' van de dienende mens, wordt dan bereikt via het pad van een zelfovergave die vruchten afwerpt.