Spinoza voorbereiding
Waarde Broeder Leerling,
In je Leerlingbouwstuk vertelde je hoe je je intellectuele thuis hebt gevonden in de filosofie van Spinoza. Met name zijn idee dat God en Natuur één zijn, een allesomvattend en vooral een rationeel en geordend systeem. Voor Spinoza is de hoogste menselijke activiteit het verkrijgen van inzicht in dit systeem en onze plaats daarin. Het begrijpen van de logische noodzakelijkheid van alles is wat hij 'vrijheid' noemt.
Als je er zo naar kijkt, is de arbeid van de Leerlinggraad in wezen een toegepaste Spinozistische oefening. Je kreeg de opdracht om je te richten op de 'ruwe steen'- jezelf. Je hebt het afgelopen jaar gewerkt aan het verkrijgen van inzicht in je eigen innerlijke 'natuur'. Je hebt de oneffenheden, de tegenstrijdigheden en de willekeurige impulsen, de 'contingentie' in jezelf onderzocht om de noodzakelijke, logische structuur van je eigen wezen te ontdekken. Je hebt, met andere woorden, de 'God in jezelf', die inherente rationaliteit van je eigen bewustzijn, proberen te begrijpen. De Leerlinggraad is de zoektocht naar de 'rotsbodem' in jezelf.
Nu je die innerlijke structuur beter begrijpt, stelt de Gezellengraad de volgende, volkomen logische vraag: 'Wat nu?' Als jij een modus bent binnen die ene grote Substantie van Spinoza, hoe verhoud je je dan tot de andere modi? Hoe treed je als geordend, zelfbewust systeem in relatie met de wereld en je medemens? En is mijn denken nog wel zuiver? Durf ik onder ogen te zien dat mijn eigen kritiek er weleens naast kan zitten?
De reizen die je gaat maken en de gereedschappen die je zult ontvangen, zijn de instrumenten voor die volgende stap. De instrumenten zijn gericht op constructieve interactie, op meten, op toetsen. Ze zijn de tools om je innerlijke, rationele orde te vertalen naar zinvolle arbeid in de wereld. Je leert als het ware de taal van de toegepaste rede.
Je hebt als Leerling je eigen 'rotsbodem' gevonden, een fundamenteel, rationeel principe dat voor jou waarheid is. Veel mensen zien zo'n principe als een eindresultaat, een fundament waarop ze statisch kunnen bouwen. Maar wat als dit principe geen eindpunt is, maar een beginpunt? Ik haal even aan wat je in je bouwstuk zegt: "Spinoza zag God als de ene, oneindige substantie, waaruit alles voortkomt als tijdelijke uitdrukkingsvormen (modi), zoals mensen, dieren en voorwerpen. Voor mij past deze definitie voor nu perfect en dat kwalificeer ik voor mij dan ook thans als Opperbouwmeester Des Heelals."
Stel je voor dat dit principe, jouw 'Spinozistische God', naast een fundament is, ook een levende, innerlijke maatstaf. Dat is, in zekere zin, de ultieme vorm van kwaliteitscontrole, maar dan voor het leven zelf. Een soort perfecte, kubieke steen in je innerlijk die je kunt gebruiken als referentiepunt voor alles wat je denkt en doet.
De houding van de Gezel is dan ook niet gericht op het bereiken van een of andere volmaaktheid. Dat is ijdelheid. De Gezel is juist gericht op de kunst om je dagelijkse handelen, je gedachten en je relaties constant te 'meten' en te 'toetsen' aan die innerlijke, zelf-gevalideerde maatstaf. De gereedschappen die je zult leren kennen - de Winkelhaak, de Passer, de Meetlat - zijn dan de instrumenten voor precies dat proces. Ze helpen je om je handelen te richten naar die innerlijke norm die je zelf hebt ontdekt.
--- kaars aansteken ---
Wat als het 'Licht'
waar de Vrijmetselaar naar zoekt
niet buiten ons is,
geen persoon is,
geen ding is,
maar een moment van inzicht
waarin je de perfecte overeenkomst ervaart
tussen de logische orde
in je eigen hoofd
en de rationele structuur
van de werkelijkheid zelf?
Een moment waarop je denken het universum van dezelfde substantie blijken te zijn.
--- pauze laten klinken ---
Vanuit een systeem bekeken, is elke component noodzakelijk. Een oordeel vellen over een ander component zonder het hele systeem te overzien een intellectuele fout. Het bewijst dat je eigen model van het systeem onvolledig is. De Gezel leert zijn blik te verruimen van de losse stenen naar de architectuur van het geheel.
De volgende stap in het 'Ken Uzelve' is de erkenning dat je diepste, zuiverste rede. De Meester in u. Dit is een instrument om over de wereld te denken, en ook een directe manifestatie van die wereld. Jezelf kennen in dit licht, is het 'Al' kennen.
Moge Wijsheid en Liefde je geleiden op je verder reis.
Extra toevoegingen uit de Ethica
'Ons handelen bestaat in beginsel uit passies in de specifieke zin van handelingen die we lijdzaam ondergaan, omdat ze veroorzaakt worden door de aandoeningen (affectiones) van ons lichaam en de affecten (affectus) die daarvan een afbeelding zijn in de geest. De kern van Spinoza’s affectenleer schuilt daarin dat we middels ons verstand (ratio) in staat zijn de passies (passer /PJB) te transformeren tot acties (winkelhaak /PJB). Dat is de sleutel tot onze vrijheid en het doel waar de Ethica naar toe werkt.
Stelling 29:
We kunnen de dingen op twee manieren als werkelijk bestaand opvatten: hetzij voor zover we ze begrijpen als bestaand in relatie tot een bepaalde tijd en plaats, hetzij voor zover we ze begrijpen als in God besloten en uit de noodzaak van de goddelijke natuur volgend. De dingen die we nu op de tweede manier als waar of werkelijk opvatten, begrijpen we onder het gezichtspunt van de eeuwigheid en de ideeën van deze dingen sluiten Gods eeuwige en oneindige essentie in.
God is de immanente, niet de overgankelijke oorzaak van alle dingen. Immanent (letterlijk ‘inwonend’) verwijst naar een ‘inblijvende’ of ‘inwonende’ oorzakelijkheid. God is niet overgankelijk zoals in het overgankelijke zinnetje: ‘God schept alle dingen’, waarin God zich als onderwerp verhoudt tot de door hem geschapen dingen als lijdend voorwerp. Het kapitale van Stelling 18 ligt hierin dat God samenvalt met alle dingen. Hij bevindt zich niet boven, buiten of naast de Natuur, hij ís de Natuur, die zich splitst in een scheppend (natura naturans) en een geschapen (natura naturata) principe.
De verstandelijke liefde tot God die voortkomt uit de derde kennissoort (intuïtie), is eeuwig. BEWIJS: Omdat de derde kennissoort eeuwig is, moet ook de liefde die daaruit voortkomt eeuwig zijn.