Urkerboek_theologisch
Voordat we ons definitief onderdompelen in het vrome visserslatijn, is een korte kennismaking met onze geestelijk stuurman op z’n plaats. Maak kennis met Godefridus Udemans (ca. 1581–1649): de man die exact wist wat de gemiddelde visser, koopman én kapper nodig had, of ze er nu om vroegen of niet.
Udemans was een van de absolute kopstukken van de Nadere Reformatie. Als je kerkgeschiedenis wat stoffig is: dat was een beweging die vond dat de gemiddelde Nederlander na het afschudden van het katholicisme nog véél te veel plezier in het leven had. Als wonderkind studeerde hij theologie in Leiden, om op z’n zeventiende of achttiende al de kansel te beklimmen in Haamstede. Blijkbaar beviel het Zeeuwse kleidok, want na zijn beroep naar Zierikzee in 1602 is hij er nooit meer weggegaan. Zestienhonderd negenenveertig: doodgemoedereerd op dezelfde plek. Een honkvaste dominee, geknipt voor het vrome platteland.
De Protestantse Werkethiek (en hoe geld te verdienen zonder te genieten)
Beroemd werd Godefridus vooral met zijn vuistdikke Bestseller ’t Geestelyck Roer van ’t Coopmans Schip (1638). Daarin legde hij het economische leven op de theologische pijnbank. Honderden pagina’s lang legt hij haarfijn uit hoe je op vrome wijze winst maakt, hoe je verdragen sluit met ‘heidense volkeren’ en waarom rijkdom op zichzelf verwerpelijk is. Tenzij je er heel hard voor gezwoegd hebt natuurlijk. En zo werd onze Godefridus, zonder dat hij het zelf doorhad, een van de grondleggers van de befaamde protestantse werkethiek: beulen tot je erbij neervalt, maar vooral niks uitgeven.
Uiteraard waagde onze stuurman zich ook aan de slavenhandel. Zijn redenering? Slavernij was weliswaar niet ‘de oorspronkelijke staat der natuur’ (in Eden liep Adam immers ook niet met een zweep rond), maar tja: door de zondeval was de mensheid nu eenmaal beschadigd. En wie niet in de ‘ware christelijke leer’ geloofde, zat feitelijk al in geestelijke slavernij. Een klein stapje naar lichamelijke slavernij was volgens Udemans dan ook volkomen logisch.
Wel toonde hij zich een ‘barmhartige’ puritein: slaven mochten niet te wreed behandeld worden (anders mochten ze weglopen), moesten de Heidelbergse Catechismus uit hun hoofd leren, én—godbehoedde—ze mochten niet verkocht worden aan Spanjaarden of Portugezen. Want slaaf zijn was erg, maar gedwongen katholiek worden was natuurlijk het echte doemscenario. Bovendien moesten bekeerde slaven na zeven jaar worden vrijgelaten. Het ironische effect in de West? Plantagehouders lieten hun slaven prompt nooit meer dopen, uit angst hun gratis arbeidskrachten kwijt te raken. Waarvan akte.
Als je dacht dat Udemans zich alleen bezighield met de wereldeconomie en de zevaart: welnee. Onze Godefridus bemoeide zich tot op de millimeter met de coupes van de Zeeuwse mannen in de beruchte ‘Harige Oorlog’.
In zijn meesterwerk Absaloms-Hayr (1643) trok hij van leer tegen langharig tuig. Als afschrikwekkend voorbeeld voerde hij Absalom op, de zoon van Koning David, die volgens de overlevering met zijn lange lokken aan een eik bleef
hangen en zo aan zijn einde kwam. Dat de Bijbeltekst zelf (2 Samuel 18:9) meldt dat Absalom met zijn hoofd klem kwam te zitten, mocht de pret niet drukken. Udemans vond in Samuel 14 dat Absalom zijn haar slechts één keer per jaar liet knippen, knoopte de eindjes aan elkaar en concludeerde: lang haar is levensgevaarlijk én goddeloos.
Kortom: de man die de zeelui ging vertellen wat ze onder de deken moesten doen, had al ruimschoots bewezen dat er werkelijk géén enkel facet van het menselijk leven was waar hij géén stichtelijke mening over had. En met die achtergrond duiken we nu in zijn visie op het maritieme huwelijksleven met ene ietwat vrije interpretatie van de Godefriedus’ werk, waar je gerust een kopje boullion bij kunt drinken.
Door Godefridus Udemans, Dienaar des Goddelijken Woords te Zierikzee.
TEKST: Hooglied 4:16a
„Ontwaak, Zuidenwind, en kom, O Noordewind, doorwaai mijn hof, dat zijn specerijen uitvloeien!”
Eilieve, beminde lezers ende zeevarende broeders! Bedenkt dat de Heere onze God het huwelijk reeds vóór de Zondeval, in de staat der volmaaktheid, heeft ingesteld ende rijkelijk heeft gezegend. De ingeschapen bekwaamheid tot de echtelijke bijslaap is in zichzelf een goed ende heilig werk. Nochtans is de mens na de val van Adam ook in deze begeerte schrikkelijk verdraaid; hij is van nature geneigd om het middel meer te begeren dan het einde, waardoor de echtelijke omgang kan ontaarden in louter wild beestelijk raggen ende onreine bezoedeling der lendenen.
Die instelling van het huwelijk gebeurde ongetwijfeld op een mooie zomermiddag. Niet op zo'n goedkope maandagochtend bij de balie van het gemeentehuis. Misschien dat het wat meer leek op een trouwerij op Bali. Of het echt te vergelijken valt met een Urker trouwerij valt volgens mij dan ook te betwijfelen. Alles zal wel biologisch geweest zijn en sowieso veganistisch. De catering was waarschijnlijk ook niet nodig dankzij de overvloedige fruitbomen. Uiteraard met uitzondering van het welbekende toetjesbuffet bij de Boom van Kennis van Goed en Kwaad.
En de BABS was ongetwijfeld de Allerhoogste zelf, die zegende met de woorden "Weest vruchtbaar ende vermenigvuldigt". En Zijn Woord was ongetwijfeld voldoende om als wettelijk geldig gezien te worden. Maar wat het wat lastiger maakt is wie de getuigen waren. Waar haalde je die vandaan met zo'n beperkte hoeveelheid mensen. Misschien waren er twee giraffen die achterin hun nek strekten om ook te kunnen zien wat er voorin gebeurde. De leeuw lag er met het lammetje, zonder ook maar enig idee dat hij straks beestig zou worden. Of misschien de pinguïns, die waren tenminste al in 't pak.
Maar even zonder gekheid: stel je voor. Je wordt wakker uit je allereerste algehele narcose na een acute rib-extractie, en daar staat direct je aanstaande. Eva stemde natuurlijk meteen in, vergelijkingsmateriaal op de huwelijksmarkt was er immers niet. En daar sta je dan. In je blote barst, voor een publiek van 16.000[1] nieuwsgierige dieren die opgelucht ademhalen dat ze na dagenlang namen geven eindelijk niet meer de enigen zijn met lendenen.
Gelovige echtgenoten zijn geroepen om hun vat te bezitten in heiligmaking ende eer. Zoals een botter op de onstuimige baren van de Noordzee door een vroom stuurman geleid moet worden om niet op de droogte van het Enkhuizerzand te lopen, zo moet ook de omgang tussen man ende vrouw getemperd worden door het Geestelijck Compas.
Indien men op het schip van de echt niet scherp koers houdt, zinkt men weg in de modder der vleselijkheid.
Zo'n vrome schipper, zie je 'm al voor je? Anderhalve week stoppelbaard, door de wind gebruinde huid, grijsblauwe ogen. Hoe hij met zijn gespierde onderarmen en gebalde vuisten het roer omklemt om die steile, harde wind onder controle te houden... Wacht, waar waren we? O ja, de kuisheid.
Het Geestelijck Compas is er dus puur om te zorgen dat het schip niet te lekker gaat. Seks mag, mits met zoveel ingehouden vroomheid en millimetrische koerscorrecties. Dat niemand per ongeluk de fout maakt er plezier aan te beleven! De marge tussen verdrinken in de 'modder der wellust' en vastlopen op de 'zandbank van de sleur' is een vaargeultje van drie centimeter breed. En zit je eenmaal op dat gortdroge Enkhuizerzand? Dan mag je van Udemans vooral géén initiatief tonen. Gewoon vroom wachten tot de Geest der Genegenheid het waterpeil weer opstuwt.
Maar hoe staat het met u, gij vissersman, wanneer gij wekenlang gezeten zijt op de woelige baren, verre van de echtelijke spreekkamer ende het warme lijf uwer wettige huisvrouw? Dan ligt de Duivel op de loer in de duisternis van het vooronder!
Wanneer de ledigheid over de zeeman komt, ontvonkt de verdraaide genegenheid. Hij begint kastelen in de lucht te bouwen ende maakt onstichtelijke verbeeldingen in zijn fantasie. Menig matroos is op de stille oceaan vervallen tot het schandelijke vleesch-wringen ende de zonde van Onan, hetgeen niets anders is dan een heilloze verspilling van het heilige echtelijke zaad in het want.
Om deze schadelijke bewegingen van het vlees te bedwingen, moet men het vuur der lust terstond afschudden, gelijk men een hete kool van zijn kleren werpt! Men moet de geestelijke nachtwacht beoefenen ende de lendenen gorden.
Mij staat nog altijd dat kaartje uit het bekende spel Kwistet bij: 'Wie wandelde met God en was niet meer? Antw.: Onan.' Of was het Onan die in zijn eentje door de duisternis van het vooronder handelde? In ieder geval: er was sprake van een acuut goddelijk ingrijpen vanwege dramatische timmermanskunst bij het verwekken van nageslacht. Gij zijt gewaarschuwd.
Bovendien dient de zeeman op de open zee bedacht te zijn op de alwetendheid Gods; bedenkt wel, dat noch de hoogste mastboom, noch de wijde oceaan u kan verbergen voor 's Heeren oog, ja, zelfs wanneer gij driehonderd mijl buiten de kust vaart waar de zendmasten van het vijfgee netwerk geen enkel bereik meer geven op uw telefoon ende gij u in de ganschelijk offline anonimiteit waant, ziet de Heere uw heimeleke handelingen onder de deken.
Laten we eerlijk zijn: wat voor de vrome prediker een afschrikwekkende waarschuwing tegen de vleselijkheid moet voorstellen, is voor de eenzame zeeman op de grote oceaan in feite de hoogste vorm van erkenning. In een wereld zonder internet of trackingcookies, is het immers een geruststellende gedachte dat er dáár, in de ijskoude anonimiteit van het vooronder, tenminste nog Iemand is die vol overgave naar je kijkt. Al is het maar om te zien hoe je worstelt met de dekens én de Statenvertaling.
Even er van uitgaande dat er tussen toen en Noach niet nog meer dieren bijgekomen zijn. https://logos.nl/hoeveel-diersoorten-moest-noach-meenemen/ ↩︎