Aarde - (9) - De korenschoof
Niet geschikt voor Leerlingen en Gezellen!
vorige - Tuinieren/04 De Meester/Aarde - (8) - De Vijf
Wat de korenschoof daar doet
Op de rand van het tableau van de gezellengraad, in de noordoosthoek, staat een korenschoof met een nap graankorrels. De catechismus verklaart:
"Wat betekenen de korenaren, die u hebt gezien en de graankorrels, die op het tableau worden uitgestrooid?" — "Zoals het rijpe koren de kiemkracht van de uitgestrooide graankorrels bevestigt, zo zal het leven van de gezel-vrijmetselaar getuigen van de Kracht van het Hoge Beginsel, dat in hem gestalte heeft verkregen."
Met geen woord wordt er gerept over sterven. Het thema is groei, alleen het zichtbaar worden van wat eerder onzichtbaar werkte. Het lijkt hoe dan ook sprekend op de korenmetafoor van de Meestergraad, waar de korrel werkelijk sterft om vrucht te dragen. Maar het is nog niet zo ver, in de tijd van het rituaal, nog niet. De aar staat er al, rijp en zichtbaar, maar de oogst, het maaien, het werkelijke sterven van de korrel, is nog niet aan de orde. De gezel ziet de belofte van de vrucht, niet de dood die haar voortbrengt.
De mens als aarde én als zaad
Dat maakt de algemene paradox van de maconnieke symboliek duidelijk. Bij de leerling is de kandidaat de aarde: hij zit zelf in de Donkere Kamer, zelf de ongedeelde, ontvangende grond waaruit de drie reizen zich moeten lostrekken. Bij de gezel, in de spiegel, ziet hij voor het eerst zichzelf als datgene wat bewerkt wordt. Hij ziet de ruwe steen als het kiemende ding zelf, niet langer als de grond waarin gezaaid wordt maar als het zaad dat groeit. En op de vijfde reis zonder werktuigen wordt hij ontvanger van het licht dat van buiten komt.
De mens is dus niet óf de aarde óf het zaad, hij is beide, op verschillende momenten van dezelfde beweging. De koninklijk kunst bestaat eruit beide momenten te leren herkennen en te dragen.
Eerst is hij grond, ontvangend van onderaf, in het duister. Dan wordt hij actief, zaad dat zichzelf met werktuig bewerkt. En vervolgens keert hij terug naar het ontvangende. Maar nu niet langer van onderaf, uit de aarde, maar van bovenaf, uit het licht. Dezelfde ontvankelijkheid, tweemaal beleefd, eenmaal in het duister en eenmaal in het licht.
volgende - Tuinieren/04 De Meester/Aarde (10) - De Zeven - Waar de korrel werkelijk sterft