Aarde (10) - De Zeven - Waar de korrel werkelijk sterft

ALLEEN VOOR MEESTERS

Niet geschikt voor Leerlingen en Gezellen!

De Hiramlegende als voltooiing

vorige - Tuinieren/04 De Meester/Aarde (10) - De Zeven - Waar de korrel werkelijk sterft

Pas in de Meestergraad voltrekt zich wat bij leerling en gezel niet duidelijk was: een werkelijke dood, een werkelijk graf, een werkelijke opstanding. Hiram Abiff wordt door drie ontrouwe gezellen vermoord, zijn lichaam haastig begraven, een acaciatak wordt als merkteken op de verse aardheuvel geplant. De kandidaat zelf neemt Hirams plaats in:

"Ik ben zinnebeeldig met Hiram Abiff ten onder gegaan en weer opgestaan." - uit de meestercatechismus.

"Het is het drama van engelen en demonen, de machten van licht en van duisternis, dat zich in iedere mensenziel afspeelt."

Het nieuwe Meesterwoord dat na de opstanding wordt meegedeeld luidt, in onze traditie: "Hij leeft in de Zoon". Als symbool ken hij nu de acaciatak, nu niet langer slechts grafmarkering maar uitdrukkelijk "gesproten uit de Boom des Levens." Hetzelfde takje dat bij de gezel nog als korenaar groeikracht symboliseerde, markeert bij de meester eerst het graf en wordt dan in één en dezelfde beweging het teken van eeuwig leven.

Wat hier voltrekt is wat in Jungs archetypenreeks de overgang naar het Zelf genoemd kan worden. Met een belangrijke nuance vooraf, dat het Zelf niet gezien moet worden als een magische staat van verlichting. Het is geen verheven mentale toestand. Het is absolue integratie van tegenstellingen. Waar de Leerling het passieve Kind was (de aarde, ontvankelijk) en de Gezel de actieve Held (het bewerkende zaad), is de Meester in de Hiram-legende degene die beide polen in zich in stand houdt en verenigt. In de dood en opstanding van Hiram valt het onderscheid tussen aarde en zaad weg.

Het Zelf is geboren op het exacte snijvlak waar de geest zijn belichaming accepteert.

volgende - Aarde (11) - Zo boven zo beneden